Woord vooraf

Een blog over de Agion Oros (Athos), de Tuin van de Moeder Gods, het spirituele centrum van het oosters-orthodoxe christendom.
En dus ook over kloosters, pelgrimeren en ikonen. (Tekst in geel bevat een link)
Wilt u op de hoogte blijven van nieuwe blogs? Abonneer u onderaan deze pagina.
Zie ook de Facebookpagina Vrienden van de Heilige Berg Athos (Άγιον Όρος)



donderdag 13 juli 2017

629 - KLOOSTERS EN KERKEN ALS NOORD-CYPRISCH CULTUREEL ERFGOED, DEEL 2/ : DE KERK VAN DE HEILIGE EVLALIOS EN HET KLOOSTER PANAGIA ACHIROPÍITOS, LAMPOUSA

Zo'n kilometer of vijftien ten westen van Kirénia (Girne), waar wij verbleven, staat bij de kleine landpunt Lampousa (Lápithos) een kerkje eenzaam en alleen op het strand. Een paar honderd meter verderop bevindt zich ook een kerkje, opgesloten in een Turkse legerplaats, het katholikon van een verlaten klooster. 

Het eenzame kerkje staat er wat verwaarloosd bij. Eén van de twee houten deuren is naar binnen gevallen, maar een ijzeren hek verhindert toch de toegang. De beperkte blik naar binnen levert een zicht op kale muren op.
Bier/wijn/.. drinkende Turks-Cyprische jongemannen op de hoek van de kerk, die gewijd is aan de Heilige Evlalios, bederven het plaatje. 

De Heilige Evlalios was de eerste bisschop van Lampousa en aartsbisschop Neofítos liet deze Byzantijnse-Gotische kerk in de 15e/16e eeuw bouwen op de resten van een oudere kerk die teruggaan tot de zesde eeuw. De kerk was al jaren voor de tweedeling van Cyprus verlaten en in onbruik geraakt.  Thuis vond ik beelden van de binnenkant:



Een eindje ten zuidwesten van de Heilige Evlalioskerk staat het Achiropíitosklooster, gevangen in een Turks legerkamp. Een bord op het hek verbiedt natuurlijk het maken van foto's en de rondlopende soldaten maken iemand wel voorzichtig.

Het klooster dankt haar naam aan een ikoon van de Moeder Gods die 'zonder mensenhanden is gemaakt'. Die ikoon was volgens de traditie op wonderbaarlijke wijze door de Panagía verplaatst van Klein-Azië naar Cyprus om aan de moslims te ontkomen.......


Het klooster is in de elfde eeuw gebouwd op de fundamenten van een basilica uit de zesde eeuw. Het is daarna diverse malen verbouwd in diverse stijlen. Zo is er naast de twee koepels, een Gotische narthex (foto). Foto's van de kerk zelf in de legerplaats zijn er heel weinig. Deze foto, uit 1973, is misschien wel één van de laatsten. 


Het Achiropíitosklooster (Παναγία Ἀχειροποίητος) had sinds het begin van vorige eeuw geen monniken meer. Na de onafhankelijkheid van Cyprus (1960) maakten Griekse soldaten, maar ook schapen en herders gebruik van het complex en na het conflict in 1974 nam het Turkse leger er zijn intrek. Daardoor is het katholikon en de bijbehorende gebouwen tot op de dag van vandaag voor een bezoeker ontoegankelijk.
(foto Παναγία Ἀχειροποίητος in 1973 35 mm by Shirazibustan - Own work. Licensed under CC BY-SA 4.0 via WIKI 2)

Naschrift

Nadat ik het bovenstaande had geschreven vond ik op internet nog drie foto's van de kerk zelf, één uit het begin van  deze eeuw(?) (links), één uit 2014(?), en een ongedateerde historische foto, met de kerktoren.




Ook hebben in 2014 deskundigen uit Florence een digitaal onderzoek verricht:


woensdag 5 juli 2017

628 - KLOOSTERS EN KERKEN ALS NOORD-CYPRISCH CULTUREEL ERFGOED, DEEL 1/ : KLOOSTER AGIOU PANTELEIMONOS, MIRTOU/CAMLIBEL


Voor mijn bezoek aan Noord-Cyprus heb ik mij voorgenomen zoveel mogelijk kerken en kloosters te zien of te bezoeken. Oude Byzantijnse kerkjes, maar ook kloosters of (vervallen) kerken uit latere tijd. Ik wist, dat ik ze zeker niet allemaal van binnen zou kunnen zien, maar ook de buitenkant zegt veel.




Zo wilde ik in het westen van Noord-Cyprus, bij het dorp Mírtou (Camlibel) het kloostercomplex van de Heilige Panteleímonos (gesticht ca. 1600) met eigen ogen zien. In 1974 is in deze streek flink gevochten, onder meer vanwege de strategische ligging van Mírtou (Camlibel). In 2011 had Grethe van Geffen nog over de deplorabele toestand van de kloostergebouwen geschreven. Ze waren door het Turkse leger uitgewoond. Mijn gids, whatson-northcyprus.com, schreef dat 'Most guidebooks still tell you that the monastery is still inside a closed off military area, but that is no longer the case'. Ook was ik gewaarschuwd over de vindbaarheid: 'Although close to the mainroad, the turning to it is not all that easily seen', maar na enig zoeken vond ik, met hulp van mijn lief en onvolprezen navigator A, het complex.


Het was ontoegankelijk, ik vond niemand met een sleutel om de poort van het grote ijzeren hek te openen (4).

Dat ijzeren hek stond er tot mijn grote verbazing, het zag er nieuw uit. Van een vervallen toestand was geen sprake (meer). Het terrein rond de kerk zag er gemaaid uit. Uit nadere inspectie bleek, dat het ijzeren hek het gehele kloostercomplex omringde, dat bij verschillende gebouwen informatiebordjes stonden en dat bij de ingang de bezoeker werd geïnformeerd over de ontwikkeling en de voortgang van het Project: de restauratie van dit klooster is een project, met financiële steun van Europa en de Verenigde Naties, in het kader van Grieks-Cyprische en Turks-Cyprische toenadering.

Het ligt voor de hand te denken dat dit klooster het slachtoffer is geworden van het Turkse leger, en dat is tot op zekere hoogte ook zo, maar in werkelijkheid is het reeds in de jaren vijftig verlaten, omdat de Kerk de onkosten niet meer kon dragen. Tegen deze achtergrond vind ik het vreemd dat voor dit klooster, dat van binnen niet veel bijzonders te bieden heeft, voor een paar miljoen Euro wordt gerestaureerd. Ik vraag me af wat de functie gaat worden. Lees het hele verhaal, inclusief de geschiedenis, in de The Kibkom Times, 2014, nr 024, p 5. Druk hier.

De foto's volgen de nummers op de plattegrond. Een vergelijking met de film uit 2015 (onderaan de pagina) levert duidelijke verschillen op:



































Enige sporen van de aanwezigheid van het Turkse leger zijn nog te zien:


De schim van een afbeelding van een soldaat die je nog overal aantreft met de tekst 'Verboden zone'.


Het bekende aquaduct maakte ook onderdeel uit van de legerplaats en liet de soldaten weten dat ze gelukkig moesten zijn als ze zich 'Turk' konden noemen (Kemal Pasja Atatürk):




Loading...