Woord vooraf

Een blog over de Agion Oros (Athos), de Tuin van de Moeder Gods, het spirituele centrum van het oosters-orthodoxe christendom.
En dus ook over kloosters, pelgrimeren en ikonen. (Tekst in geel bevat een link)
Wilt u op de hoogte blijven van nieuwe blogs? Abonneer u onderaan deze pagina.

vrijdag 18 december 2015

532 - DE HEILIGE NIKOLAAS/Ο ΑΓΙΟΣ ΝΙΚΟΛΑΟΣ Ο ΣΤΡΕΙΔΑΣ

Op de Agion Oros hebben de monniken van mijn geliefde I.M. Stavronikíta vannacht de Agripnía, met aansluitend de Goddelijke Liturgie, voor hun beschermheilige 19/6 december. Χρόνια πολλά!

























Bron: 1Romfea
          Romfea (foto's vanuit Agripnía)):



Voor nog meer foto's van dit feest: zie de site van de Metropolis van Maronía en Komotiní, hier.

donderdag 17 december 2015

531 - GEDACHTEN, OVERPEINZINGEN OVER ATHOSBEZOEK(ERS): (TE) GROOT IN AANTAL? EN ANDERE 'RAMPEN', DEEL 3/3

'Mount Athos now has his own smartphone application', zo bericht de GreekReporter, en wel 'met veel informatie en contactgegevens van de kloosters voor de 300.000 bezoekers (!) die de Heilige Berg ieder jaar ontvangt' (maar nog geen e-mailadressen). En zo is er, naast deze app voor je GSM/tablet, op internet nog ontzettend veel meer informatie en beelden over de Agion Oros te vinden.

Opnieuw duikt dan weer een dilemma op. De toegenomen belangstelling voor Athos komt ook, lijkt mij, door die toegenomen publiciteit, met name dus door de enorme hoeveelheid gemakkelijk beschikbare beelden. En ik moet toegeven dat ik daaraan zelf feitelijk meedoe met mijn blog. Aandacht besteden aan iets dat je dierbaar is veroorzaakt mogelijk meer belangstelling. Dat is mooi, zolang als het te overzien is. Maar waar ligt de grens? En wie bepaalt en bewaakt die? (Naar mijn idee de Athosmonniken).

Mijn bespiegelingen over de (te) grote aantallen hangen dan ook eigenlijk nauw samen met de snelle ontwikkelingen op allerlei terreinen in de wereld buiten de Heilige Berg. Die ontwikkelingen maken het steeds moeilijker om je echt uit die buitenwereld terugtrekken, althans die buitenwereld kan jou gemakkelijker dan vroeger weer bereiken, of je wilt of niet helaas. Neem alleen al maar het gegeven dat bijna iedere bezoeker een smartphone bij zich heeft, waarmee hij massaal de 'verboden' om (ongevraagd monniken) te filmen en fotograferen overtreedt.

En hoe moeten monniken met hun filoxenía hiermee omgaan? Hebben ze een keus? Sommige oprechte pelgrims menen dat de monniken door hun eeuwenoude traditie min of meer verplicht zijn om iedereen die op hun deur klopt te ontvangen. Moeten ze dan ook dat veranderde gedrag gewoonweg accepteren? Ik kijk er slechts van buiten tegen aan en ik leef er niet. Dat neemt echter niet weg, dat ik zie wat op mijn monnikvrienden en hun kloosterleven af komt. En dat benauwt mij wel (met mijn kennis van de buitenwereld). In de jaren tachtig zijn overigens ook (m.i. terecht) beschermende maatregelen genomen.

Het verminderen van het aantal bezoekers zal heus niet automatisch het graffitigedrag doen verdwijnen, dergelijk gedrag is in de reis/toerismewereld al honderden jaren oud. Maar in dat woord toerisme schuilt m.i. juist het gevaar, zeker als het programma ongebreideld wordt uitgevoerd.

In de Griekse reis- en toeristenwereld (HATTA) meent men dat 'religieus toerisme' verder kan worden ontwikkeld en grote mogelijkheden biedt. Nikos Kelaiditis zegt dat op de Agion Oros nu 'only a certain number of visitors are alowed in order to prevent overloading. To monks, Athos is where they withdraw from our noisy world. Perhaps it is reasonable to prevent uncontrolled number of tourists. Some abbots and their representatives are not negative towards religious tourism but at the same time, they do not support its large-scale development. 'Hij voegt eraan toe 'that many foreigners with financial resources, who are not orthodox Christians, are interested in visiting Mount Athos'.  

De Agion Oros betrekken in 'religieus toerisme', ook (juist) vanuit financiële overwegingen, doet mij toch een Metéora-scenario vrezen. Monniken kunnen toch niet in een museum leven?, denk ik dan. En ook al is de Heilige Berg geen museum, de afgelopen vijf en twintig jaar hebben de EU en UNESCO heel veel geld in de restauratie, renovatie en brandpreventie van kloosters en kapellen gestoken. Dat mag toch ook duiden op de erkenning van het internationale belang van deze plek zoals die (in principe) al eeuwen is.

Een van de programma-onderdelen dat een behoorlijke invloed heeft gekregen op het pelgrimeren is de aanleg van brede zandwegen. Daardoor zijn de kloosters nu veel gemakkelijker te bereiken dan vroeger. Zeker na de grote brand in I.M. Chiliandaríou (2004) is de aandacht voor brandbestrijding flink gegroeid. Brandweerauto's zijn sneller ter plaatse, maar die niet alleen. De constructie van de wegen biedt de moderne pelgrim een comfortabele en snelle verplaatsingsmogelijkheid, maar vernietigde op verschillende plaatsen monopátia. En de aanleg van nieuwe wegen ging ook dit jaar nog door, zoals Wim Voogd fotografeerde. 

De eerder genoemde site van de Duitse Vereniging van Vrienden van Athos meldt hierover: Orthodoxe (in tegenstelling tot westerse (Vasílis)) pelgrims rijden meestal per taxi(bus) van klooster naar klooster.Wandelen op de stoffige wegen is geen pretje.


Je ziet dan ook dat die mobiliteit 'toerisme' bevordert, zoals ik in deel 1/3 beschreef. Ondernemers zien nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld: 4 daagse (georganiseerde) pelgrimage door Athostours of zelfs per helicopter ('A unique experience').

Ik heb nu heel wat items besproken die je als een bedreiging kunt zien voor 'het (traditionele)  monnikenleven'. Een belangrijke factor is evenwel ook nog de monnik zelf. Hij heeft ervoor gekozen hier op de Berg, buiten 'de wereld', te leven. Hij zal er, denk ik, zelf ook voor moeten zorgen dat dat mogelijk blijft.

Gelijk met bovengenoemde ontwikkelingen kreeg ook het aantal Athosmonniken een nieuwe impuls. Nieuwe (jonge) monniken brengen ook nieuwe ideeën mee. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer een monnik met een GSM zag. Ik was stomverbaasd. 

Kloostermonniken rijden ook niet meer op een ezel, maar maken inmiddels gebruik van flinke auto's. En waarom ook niet? Internet doet mondjesmaat zijn intrede. Of dat verstandig is? Wie het weet mag het zeggen. Er zijn hegoémen die het (gedoseerd) toestaan en er zijn er die er niets van willen weten. Maar veel moderne pelgrims kunnen niet meer zonder wifi en elektriciteit. Dankzij zonnepanelen kun je in veel archontaríkia dan ook je GSM opladen en is er warm douchewater.

Monniken moeten, zoals altijd, in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Ze ontvangen (traditioneel) pelgrims met hun donaties of verkopen komposchinia en ze maken ook gebruik van moderne mogelijkheden: export van hout (gekapt, in mijn ogen, ten koste van hun natuurlijke omgeving) en van wijn, als (monnik)ondernemers. Ze krijgen daarbij met geld te maken en dat kan een valkuil vormen. Alles staat echter in dienst van hun toewijding aan God. Dat is bepalend. Modernisering, in welke vorm dan ook of hoe je die ook wilt zien, blijft een dilemma.

woensdag 16 december 2015

530 - REACTIE OP MIJN 'OVERPEINZINGEN OVER ATHOS BEZOEK(ERS)'

Harmen Strikwerda schreef:
Ik kan het grotendeels met je eens zijn. Athos is een prachtig wandelgebied, maar voor de wandelaars pur sang zijn er voldoende andere mogelijkheden. Dus, wandelen alleen om het wandelen, daar leent de Heilige Berg zich niet voor. Ergo, wat ik al eerder heb gezegd, als je de spiritualiteit niet voelt, als je wandelt in de Tuin van de Moeder Gods, dan mis je echt iets.
Aan de andere kant, als de niet-gelovige-wandelaar wel de onvermoede spiritualiteit voelt, dan is Athos een missionerende plaats.

Reizigers laten rommel achter, zijn ongedisciplineerd, kerven graffiti in stenen. Kortom.....

Aan de andere kant, de monniken zijn ook nogal milieu-onbewust. En dan praat ik niet over het inruilen van muli's voor terreinwagens, maar alle huishoudelijke- en bouwrommel die op de berghellingen wordt gedumpt. Lege olijfolie- en nog ergere blikken. Toen ik in 2014 langs Filotheou wandelde, zag ik de enorme afvaldump langs de hele helling, van zeker 25 meter. Uiteraard groeit op Athos ook het milieubesef, maar dat zal gelijke tred houden met dat in Griekenland en landen uit Zuid-Europa of de Balkan.Op dat punt lopen ze gewoon achter zullen we maar zeggen.

Ze verwachten 150.000 pelgrims in 2016. Dat kan zijn, maar dat kan niet in absolute aantallen. Waarschijnlijk worden hier overnachtingen bedoeld. Wat in grote lijnen overeenkomt met het aantal diamonitiria dat wordt uitgegeven, max 110 per dag en een aantal van 3,8 overnachtingen gemiddeld per pelgrim. Want 150K pelgrims die drie dagen blijven, zou betekenen dat er per dag (gemiddeld) 1250 pelgrims naar Athos varen. Hoe? Met wat? En waren wij in 2014 ook niet zeven of acht nachten op De Heilige Berg? In plaats van de voorgeschreven vier dagen?

Aande andere kant, het zijn de kloosters die zelf de verantwoordelijkheid hebben voor hun gastvrijheidsquota. I.M. Panteleïmon heeft de afgelopen jaren veel gastencapaciteit bijgebouwd, I.M. Simonopetra ook. En waarschijnlijk niet alleen uit altruïsme, als al die pelgrims 'wat' geld neerleggen bij de ikoon van de Moeder Gods (wat in feite de 'vrijblijvende'verplichting is), dan zijn dat behoorlijke inkomsten.

Dus concluderend, in de basis ben ik het helemaal met je eens, maar benader het graag op een iets andere manier.

Met vriendelijke groet,
Harmen Strikwerda

vrijdag 11 december 2015

529 - GEDACHTEN, OVERPEINZINGEN OVER ATHOSBEZOEK(ERS): (TE) GROOT IN AANTAL? EN ANDERE 'RAMPEN', DEEL 2/3

I.M. Dochiaríou ontving op vrijdag bij de feestelijkheden vanwege de Heilige Aartsengelen een record aantal pelgrims. 650 werden er ongeveer geteld, zo melden media. Ze konden ook nog twee dagen van de gastvrijheid van het klooster genieten, omdat de boten zaterdag vanwege de harde zuidenwind niet mochten varen.

En dan denk ik bij lezen hiervan: 650 pelgrims, twee dagen, één nacht? Zoveel? Hoe redden die monniken dat? Moeten ze zoveel gasten gewoon vinden? Ik weet het niet. Persoonlijk vind ik zo'n aantal op een dergelijke plek, in een klooster, veel te veel. Ik weet ook wel dat voor feestdagen andere regels gelden en dat beperkingen opleggen als strijdig met de filoxenía beschouwd kan worden, maar toch... In deel 2 en 3 van mijn overpeinzingen laat ik mijn gedachten gaan over de groei van het aantal pelgrims en over de gevolgen van die groei.

Over aantallen bezoekers verstandig te spreken valt niet mee. Het is mij tenminste niet gelukt om recente betrouwbare cijfers te verkrijgen. Media en monniken noemen wel (grote) aantallen, maar ik weet niet of die kloppen. Desondanks denk ik dat je kunt zeggen dat het aantal bezoekers aan de Heilige Berg deze eeuw flink is gegroeid. Dat kun je gewoon zien, op de boot bijvoorbeeld. Wel denk ik dat door de ekonomische krisis in Griekenland Grieken tegenwoordig minder gemakkelijk een reis naar Athos maken. Daar staat echter tegenover dat ik meer, Bulgaren, Roemenen, en vooral Russen en Serviërs heb gezien. Op de foto (trápeza van I.M. Chiliandaríou, 4 december) tel ik zo al tachtig gasten.

Hoe groot (de groei van) het aantal pelgrims aan de Agion Oros is, is mij dus niet duidelijk. Graham Speake schrijft in een recent artikel dat het Athoskantoor elk jaar 40.000 diamonitiria uitgeeft. Archontáris Michaël van I.M. Símonos Pétras zegt (Athosweblog) dat de verwachting voor 2015 120.000 pelgrims is en voor 2016 150.000. Tien jaar geleden waren het er nog 50.000. De feestelijkheden bij gelegenheid van duizend jaar 'Russen op de Heilige Berg Athos' zullen ongetwijfeld heel veel Russische pelgrims extra trekken. 

Of moet je inmiddels 'toeristen' zeggen zoals de schrijver van een artikel op een blog, een 'eenvoudige priester', meent. Hij ergert zich, terecht, aan de mannen die roken en allerlei etenswaar meebrengen en die zich daarbij gedragen alsof ze op een camping zijn. 

Dergelijk gedrag is volgens mij een symptoom van de veranderingen in de 'wereldlijke maatschappij' die tegenwoordig gemakkelijker tot de Heilige Berg kunnen doordringen. Grote(re) aantallen hebben onvermijdelijk hun invloed. Gecombineerd met een  eenvoudigere toegangsprocedure, vergeleken twintig jaar of meer geleden, levert dat in potentie een bedreiging op voor de rustige en eenvoudige leefomgeving van de monniken. 

En het is niet alleen een risico voor de monniken, maar ook voor het milieu en de eeuwen oude kunst en cultuur. Bijgaande afbeeldingen met graffiti deden eerder genoemde 'eenvoudige priester' de vraag stellen of het aantal bezoekers aan de Agion Oros niet verminderd moet worden en of er geen eisen/voorwaarden aan een bezoek gesteld moeten worden. En ik, als bezorgde Athospelgrim, ben geneigd bij het zien alleen al van deze foto's de vraag met ja te beantwoorden.






Op de site van de Duitse Vereniging van Vrienden van Athos staat te lezen: Athos is geen wandelbestemming. Athos heeft een schitterend landschap, maar het is een pelgrimsoord. Bezoekers die menen de Berg alleen als vakantiegebied om te wandelen willen leren kennen zijn hier op de verkeerde plek. En dat is juist gesteld. 

Ik heb inmiddels meerdere mensen ontmoet die amper een idee hadden wat de Agion Oros is en die toch een diamonitirion hadden aangevraagd en gekregen. Mensen die werden aangetrokken door de naam (waarom?) en mensen die alleen 'een berg' wilden scoren. Want ook leden van het speurdersspel Geocaching hebben inmiddels 'schatten' op de Heilige Berg verborgen en ook dat trekt weer mensen met in mijn ogen verkeerde motieven.

In deel 3 wil ik nog wat meer zeggen over de samenhang met en de gevolgen van de moderne tijd.




De oude wegwijzer 'De Hand' (Grieks: Χείρα/Cheíra) met graffiti

dinsdag 8 december 2015

528 - DE TEMPELGANG VAN DE MOEDER GODS: KLOOSTERFEEST IN I.M. CHILIANDARIOU

Vorige week, 4 december/21 november, vond op grootse wijze in I.M. Chiliandaríou het (klooster)feest van de Tempelgang van de Moeder Gods (Grieks: Τα Εισόδια της Θεοτόκου/Ta Isódia tis Theotókou) plaats (Heilige Evangelist Lukás, 2, 22-24). 

Bijzondere gast in het Servische klooster was de Hegoémenos van I.M. Vatopedíou Géronta Efrém. Daarnaast waren er weer veel pelgrims. Ik telde op op de foto's zeker tachtig man.


Monnik Miloútin Chiliandarinós maakte hiervan zeer vele en ook mooie foto's. Meer dan honderd foto's staan op de Facebookpagina van zijn medemonnik Dosithéos (Доситеј Хиландарац). In het album Ваведење 2015. Хиландар  zijn ze te zien. Hieronder volgen een paar:








woensdag 2 december 2015

527 - DE HEILIGE OUDVADER PORFIRIOS KAFSOKALIVITIS/Ο ΓΕΡΩΝ ΠΟΡΦΥΡΙΟΣ Ο ΚΑΥΣΟΚΑΛΥΒΙΤΗΣ (2 DECEMBER), DEEL 2/2

Athene
In 1940 werd de Heilige Porfírios benoemd tot aalmoezenier van de Heilige Gerásimoskerk in de Polikliniek van Athene, naast het Omóniaplein. 33 Jaar zou hij zich daar inzetten voor zijn geestelijk werk en de zieken. Zelf sprak hij over die tijd alsof het 'één dag' was. Hier kon hij de zwakste mensen het meest nabij zijn en ze ook in geestelijke nood bijstaan.

Na zijn pensionering droomde hij ervan een klooster te stichten. Daarvoor moest hij veel werk verzetten en waren de omstandigheden niet gemakkelijk. Hij leefde in een caravan op heel primitieve wijze en in een kamer van cementblokken. Toen een gedeelte van zijn klooster in aanbouw gereed was, kon hij daarin gaan wonen. En hoewel zijn gezondheid verslechterde en hij blind werd, bleef hij zich onvermoeibaar en met succes voor zijn droom inzetten. In 1990 werd de eerste steen gelegd voor de kerk van het Metamófosisklooster in Mílesi. De Heilige Porfírios kreeg meer bekendheid en vele gelovigen zochten hem op.

Terug naar Athos
De Heilige Porfírios was altijd in nauw contact gebleven met de Agion Oros, met 'zijn' I. Skíti Kafsokalívia. Daar wilde hij uiteindelijk ook terugkeren. De laatste jaren van zijn leven had hij zijn geestelijke kinderen streng de opdracht gegeven om hem, mocht hij in Mílesi overlijden, zonder veel fanfare over te brengen naar I. Skíti Kafsokalívia. Hij wilde voorkomen dat hij met veel pracht en praal zou worden begraven.

In juni 1991 voelde hij het einde van zijn aardse leven naderen. Daarom besloot hij niet langer te wachten en zelf naar zijn oude kalívi (vrijstaande kloostercel) van de Heilige Geórgios in I. Skíti Kafsokalívia terug te keren. Hij stierf op 2 december van hetzelfde jaar.

De monniken plaatsten zijn lichaam, dat op monastieke wijze was gekleed, in het midden van het kathólikon en lazen naar gewoonte de gehele dag het Evangelie. Alles verliep nauwgezet volgens de instructies van de Heilige Porfírios. Zijn medebroeders hadden alles opgeschreven om niets te vergeten en ze begroeven hem in een eenvoudig monnikengraf. Daarna werd, overeenkomstig zijn wens, zijn ontslapen in de Heer bekendgemaakt.

De nederige Heilige Porfírios wilde niet dat zijn graf een bedevaartplaats werd. Dat graf is dan ook al lang geleden geruimd om plaats te maken voor een andere monnik. Zijn heilige relikwieën rusten op een ontoegankelijke plek.

Epiloog
Over het karakter van de Heilige Porfírios valt veel te zeggen.Het maakte hem ook bij zoveel mensen geliefd. Het belangrijkste kenmerk is wel zijn totale nederigheid, vergezeld van absolute gehoorzaamheid, gedurende zijn gehele leven. Daarbij had hij de gave van helderziendheid. En niet te vergeten zijn liefde voor God en de mensen. Ook zijn buitengewone kennis wordt gewaardeerd. Die wordt beschouwd als een bijzondere gave van God, aangezien hij nooit enige opleiding had gevolgd.

Zelf zei hij over zijn gaven: 'Ik heb nooit speciale gaven gezocht, alleen de liefde van Christus. Niets anders. God gaf mij het charisma om mij te helpen goed te worden. Als ik door de genade van God iets 'zie', ben ik heel blij diep van binnen, met de blijdschap van de Heer.'

Alles wat ik hier heb beschreven is, naast zijn diepe Orthodoxe overtuiging, slechts een klein aspect dat moet hebben bijgedragen aan de beslissing van de Heilige Synode om Oudvader Porfírios heilig te verklaren.

Wie meer over het geestelijke gedachtegoed van de Heilige Porfírios wil lezen, kan ik het boek Geraakt door Gods liefde. Leven en wijsheid van oudvader Porfírios (uitgeverij Orthodox Logos) aanraden.






Fragmenten uit de Goddelijke Liturgie (1977) met de Heilige Porfírios, toen 71 jaar oud:



Noten:

526 - DE HEILIGE OUDVADER PORFIRIOS KAFSOKALIVITIS/Ο ΓΕΡΩΝ ΠΟΡΦΥΡΙΟΣ Ο ΚΑΥΣΟΚΑΛΥΒΙΤΗΣ (2 DECEMBER), DEEL 1/2

Op twaalfjarige leeftijd vertrok hij in het geheim, zonder dat zijn ouders het wisten, naar de Heilige Berg Athos. Hij wilde monnik worden, hij wilde het leven van de Heilige Johannes de Hutbewoner navolgen. Over het leven van de Heilige had de jonge Angelos intensief gelezen, maar van de Heilige Berg Athos wist hij niets.

22 Jaar na het overlijden van Oudvader Porfírios (1906-1991) heeft de Heilige Synode van het Oecumenisch Patriarchaat, onder leiding van Oecumenisch Patriarch Bartholoméos, op 27 november 2013 besloten hem te plaatsen op de lijst van Heiligen van de Orthodoxe Kerk. De Synode ging daarbij niet over één nacht ijs. De canonisatieprocedure heeft meer dan tien jaar geduurd. De dag waarop hij wordt herdacht is 2 december, de dag van zijn ontslapen in de Heer. Hieronder schrijf ik over het leven van deze nieuwe orthodoxe Heilige.

Jong en naar Athos 
De Heilige Porfírios werd in 1906 geboren als Evángelos (Angelos) Baïraktáris in het dorp Agios Ioánnis op 'Evvia (Euboia). Het gezin was heel arm en de kleine Angelos hoedde de schapen. Op een dag kwam er een groep monniken langs die boekjes uitdeelde. Eén ervan ging over de Heilige Johannes de Hutbewoner (1). Angelos kon niet goed lezen, maar lettergreep voor lettergreep liet hij zich op de weide en op zijn zolderkamertje meeslepen door het leven van deze Heilige. Hij besloot naar de Heilige Berg Athos te vertrekken en daar monnik te worden. Maar hoe? Hij was arm en hij had geen geld voor een bootreis. Na een paar mislukte pogingen en een enkel leugentje om bestwil, slaagde hij erin de haven van Thessaloníki te bereiken. Daar zei een monnik tegen hem: 'Kom naar Kafsokalívia (2), daar woon ik met mijn broer in de 'Woestijn'. Angelos ging graag mee en hij werd twee jaar later monnik. De monnikenbroers gaven hem de naam Nikítas. Nikítas leefde onder begeleiding van de twee monniken, die de reputatie hadden zeer streng te zijn, en diende hen vol overgave in gehoorzaamheid.

Over zijn monastieke leven is niet veel bekend, Nikítas vertelde er niet veel over. De overlevering meldt, dat hij een streng asketisch leven leidde en dat hij daarmee gelukkig was. Hij liep blootsvoets over de rotsachtige en besneeuwde paden van de Agion Oros, hij sliep weinig, met slechts een laken over zich heen, en met het raam open, ook als het sneeuwde. Naast deze fysieke inspanningen stortte hij zich vol overgave op de gebeden, hymnen  en diensten van de Kerk. Hij leerde die uit het hoofd, terwijl hij met zijn handen werkte (aan houtsnijwerk bijvoorbeeld). Het van buiten leren van de teksten en de evangeliën verhinderde slechte en ijdele gedachten in zijn hoofd.

Ziek en terug naar Evvia
Na zeven jaar op Athos werd Nikítas ernstig ziek. Hij was genoodzaakt naar Evvia terug te keren. Daar ging hij wonen in het klooster van de Heilige Charálambos Lefkón. Hij wilde monnik blijven en geen priester-monnik worden. Nikítas had geleerd dat 'als mensen gaan zeggen dat je gewijd moet worden, dat je dan vertrekt'. Maar, gehoorzaam als hij was, kon hij er niet aan ontkomen. 

Eén jaar later, 21 jaar oud, ontmoette hij de aartsbisschop van de Sinaï, Porfírios III. Deze herkende in hem bijzondere geestelijke gaven, zijn charisma van helderziendheid, en wijdde hem tot priester. Ook gaf hij hem de naam waarmee hij bekend zou worden: Porfírios. Omdat het Heilige Charálambos Lefkónklooster een vrouwenklooster werd, vestigde Vader Porfírios zich later in het verlaten Heilige Nikólaosklooster.

Vijftien jaar lang werkte hij als geestelijk leider en biechtvader op zijn geboorte-eiland. De mensen en monniken hielden van hem. Ze kwamen van heinde en verre en wachtten geduldig in een lange rij op hun biechtbeurt. Vader Porfírios hoorde wel 24 of 48 uur biecht, zonder te eten. En bescheiden en nederig als hij was, zei hij daarover: 'Een domkop was ik. Wat wist ik ervan, zo jong. Maar ik gehoorzaamde in mijn dommigheid. Ik heb veel moeten leren en werd later, door de ervaringen met mensen, wijzer.'