Ik ging de vóórkerk in en nadat een attente monnik had gemerkt dat ik Nederlander was, kwam daar ineens vader Pachómios, een Nederlandse monnik, op mij af. Met een vriendelijk gezicht zei hij 'welkom'.
Vader Pachómios
Daarmee was een bed geregeld, maar in deze volgorde (belangrijke dingen eerst!): eerst nu esperinós, dan trápeza (maaltijd), en vervolgens apódeipnon. Daarna zou vader M., de archontáris, mij een kamer toewijzen. Uiteindelijk sprak ik met vader M. in de archontaríki tijdens de apódeipnon. Dat was zo besloten.