Tegelijkertijd begon er een jarenlange juridisch geschil met I.M. Símonos Pétras, dat aanspraak maakte op de religieuze kostbaarheden. Uiteindelijk is er een overeenkomst gekomen, zo vertelde de uit Australië teruggekeerde Griek mij, en mochten de ikonen in Propoúli blijven. Eén keer per jaar, op 15 augustus, mogen de Athosmonniken ze wel naar hun kloostergoed overbrengen voor de viering.
De Moeder Godsikoon is een Panagía Odigítria (Zij die de Weg wijst), bijgenaamd Trígi. Opvallend vind ik hier wel het witte bovenkleed van de Moeder Gods, met slechts een roze/rode/purperen belijning en het blauwe onderkleed van het Christuskind. Aan de andere kant van de Koninklijke Deuren hangt een Christus Pantokratorikoon:
Ook hier valt de witte kleur met slechts een roze/rode/purperen belijning op. Helemaal rechts hangt de Ontslaping van de Moeder Gods.
Alle vier de ikonen dateren uit de 14e/15e eeuw. Ze brengen Agion Oros weer heel dichtbij.
Zie ook: Athos-ikonen in Propoúli, deel 1
Athos-ikonen in Propoúli, deel 2
Dank Jan Verdonk.
Foto's Vasílis